In de Nederlandse zorg verlopen gegevensuitwisselingen tussen instellingen vaak nog moeizaam. Informatie die eenmaal is vastgelegd in een elektronisch patiëntendossier, komt niet vanzelf terecht in het systeem van een andere organisatie. Daardoor moeten zorgverleners gegevens handmatig invoeren of via omslachtige kanalen doorgeven.
Deze werkwijze kost tijd, vergroot de kans op fouten en belemmert samenwerking in de zorg. Open standaarden zijn ontwikkeld om dit probleem op te lossen en om veilige, betrouwbare gegevensuitwisseling mogelijk te maken.
Wat is een open standaard?
Een standaard is een afspraak over hoe iets werkt. Denk aan stopcontacten: in Nederland passen alle stekkers op alle stopcontacten, ongeacht het merk. Dat werkt omdat we hebben afgesproken hoe een stopcontact eruit ziet.
In de digitale zorg gaat het om afspraken over hoe systemen met elkaar praten: welke taal gebruiken ze, hoe is een bericht opgebouwd, wat betekent een bepaalde code? Een open standaard is een standaard die vrij beschikbaar is, waar iedereen gebruik van kan maken — zonder licentiekosten of toestemming van één leverancier.
| Kort samengevat
Open standaard = openbaar beschikbare afspraak over hoe zorgdata wordt opgeslagen, uitgewisseld of beschreven. Doel: systemen van verschillende leveranciers kunnen met elkaar samenwerken. |
De belangrijkste standaarden op een rij
Er zijn veel standaarden in gebruik in de Nederlandse zorg. Ze werken op verschillende niveaus: sommige gaan over hoe berichten verstuurd worden, andere over hoe data opgeslagen wordt, en weer andere over welke woorden je gebruikt voor een diagnose of labuitslag.
Hieronder een overzicht van de meest relevante standaarden:
| Standaard | Waarvoor? | Waar kom je het tegen? |
| HL7 v2 | Berichten sturen tussen systemen | Ziekenhuizen, labs, apothekers — al 30+ jaar |
| FHIR | Moderne data-uitwisseling via internet | MedMij, EHDS, app-koppelingen |
| OpenEHR | Opslaan van zorgdata in herbruikbare modellen | EPD’s, onderzoeksplatformen, Digitale Voordeur |
| Zibs | Nederlandse zorginhoud standaardiseren | Overdrachten, MedMij, PGO’s |
| SNOMED CT / LOINC | Taal: zelfde begrippen, zelfde betekenis | Diagnoses, labwaarden, medicatie |
| Koppeltaal | eHealth-apps koppelen aan EPD’s | GGZ, blended care, behandelportalen |
| MedMij | Burger veilig toegang geven tot eigen data | PGO’s, patiëntportalen |
| Twiin | Generiek afsprakenstelsel voor uitwisseling | Ziekenhuizen, VVT, thuiszorg, etc. (o.a. eOverdracht) |
| LSP | Landelijke gegevensuitwisseling huisarts/apotheek | Huisartsen, apothekers, SEH’s |
Wat doen deze standaarden precies?
HL7 v2 — de oude, betrouwbare ruggengraat
HL7 versie 2 is al meer dan dertig jaar in gebruik en is nog steeds de meest gebruikte standaard in Nederlandse ziekenhuizen. Het regelt berichtuitwisseling tussen systemen: een laboratoriumuitslag die naar het EPD gaat, een opnamemelding die naar de apotheek wordt gestuurd, een ontslagbericht dat de huisarts bereikt.
HL7 v2 is niet modern en niet makkelijk leesbaar voor mensen, maar het werkt. Hoewel de meeste zorginstellingen er nog van afhankelijk zijn wordt het geleidelijk uitgefaseerd.
FHIR — de nieuwe standaard die alles verbindt
FHIR (spreek uit: ‘fire’) staat voor Fast Healthcare Interoperability Resources. Het is de opvolger van HL7 v2 en is ontworpen voor het internettijdperk. FHIR werkt met API’s — dezelfde techniek die apps gebruiken om met servers te praten.
Waar HL7 v2 werkt als een fax (je stuurt een bericht en hoopt dat het aankomt), werkt FHIR meer als een webshop: je vraagt precies wat je nodig hebt en krijgt dat terug. Dit maakt het veel geschikter voor apps, dashboards en de uitwisseling van gegevens via internet.
FHIR is de standaard waarop MedMij is gebouwd en vormt de basis van de Europese Health Data Space (EHDS).
OpenEHR — slim opslaan voor de lange termijn
OpenEHR is geen uitwisselingsstandaard, maar een manier om zorgdata op te slaan. De gedachte achter OpenEHR is dat zorgdata losgemaakt moet worden van de software. Als een ziekenhuis van EPD wisselt, moet de data mee kunnen — zonder dat alles opnieuw ingevoerd wordt.
OpenEHR werkt met zogenoemde ‘archetypes’: gestandaardiseerde bouwblokken voor zorginhoud, zoals een bloeddrukmeting of een diagnose. Deze bouwblokken zijn onafhankelijk van welk systeem ze gebruikt. Het project Digitale Voordeur — ontwikkeld door UMCG, Zodos en Vivica — maakt gebruik van OpenEHR om burgers regie te geven over hun eigen zorgdata.
Zibs — de Nederlandse bouwstenen voor zorginhoud
Zibs (Zorginformatiebouwstenen) zijn door Nictiz ontwikkelde Nederlandse standaarden die beschrijven hoe zorginhoud eruit moet zien. Denk aan: hoe noteer je een bloeddruk, een allergie of een medicatieoverzicht, zodat elk systeem het op dezelfde manier begrijpt?
Zibs zijn de Nederlandse invulling van zorginhoud, en FHIR-berichten in Nederland zijn vrijwel altijd gebaseerd op Zibs. Je kunt ze zien als de Nederlandse vertaling van internationale standaarden naar de dagelijkse zorgpraktijk.
SNOMED CT en LOINC — de gemeenschappelijke taal
SNOMED CT en LOINC zijn codestelsels: ze bepalen welke woorden gebruikt worden voor diagnoses, labwaarden en andere zorginhoud. Zonder deze stelsels kan FHIR een bloeddruk doorgeven, maar weet het ontvangende systeem niet of ’80’ de bovendruk of onderdruk is, of in welke eenheid gemeten is.
SNOMED CT wordt gebruikt voor diagnoses en klinische begrippen. LOINC is de standaard voor labresultaten en observaties. Beide zijn nodig om te zorgen dat data niet alleen uitgewisseld, maar ook begrepen wordt.
Koppeltaal — de brug naar eHealth-apps
Koppeltaal is een Nederlandse standaard die specifiek is ontwikkeld voor de koppeling van eHealth-applicaties aan EPD’s. Denk aan: een ROM-instrument dat de resultaten terugstuurt naar het dossier, of een behandelportaal dat de patiënt een opdracht geeft vanuit een behandelplan.
Koppeltaal wordt veel gebruikt in de GGZ en bij blended care-toepassingen. Het maakt het mogelijk dat digitale interventies echt onderdeel worden van het zorgproces, in plaats van een losstaand hulpmiddel.
MedMij — de burger centraal
MedMij is geen technische standaard op zichzelf, maar een afsprakenstelsel dat bepaalt hoe burgers veilig toegang kunnen krijgen tot hun eigen gezondheidsdata. MedMij regelt de spelregels: wie mag wat zien, hoe wordt geauthenticeerd, en welke technische standaarden (FHIR en Zibs) worden gebruikt.
Via MedMij kunnen persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s) koppelingen maken met zorginstellingen. De burger kan dan in één app zijn medische gegevens van meerdere zorgverleners inzien.
Twiin — soepele overdracht in de verpleegkunde
Twiin is een afsprakenstelsel voor verpleegkundige overdrachten, ontwikkeld door een breed consortium van zorgorganisaties. Het regelt hoe patiëntinformatie overgedragen wordt bij verplaatsingen in de zorgketen: van ziekenhuis naar verpleeghuis, van thuiszorg naar huisarts.
Twiin gebruikt FHIR en Zibs als technische basis, maar voegt daar organisatorische afspraken aan toe: wie is verantwoordelijk, welke informatie is verplicht, hoe wordt de ontvangst bevestigd? Twiin is daarmee een mooi voorbeeld van hoe technische standaarden ook organisatorisch ingebed moeten worden om te werken.
LSP — het Landelijk Schakelpunt
Het Landelijk Schakelpunt (LSP) is de bestaande landelijke infrastructuur voor gegevensuitwisseling in de eerste lijn. Via het LSP kunnen huisartsen en apothekers elkaars gegevens raadplegen — mits de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven.
Het LSP is al jarenlang in gebruik en is daarmee de meest vertrouwde vorm van landelijke gegevensuitwisseling voor veel zorgverleners. Het werkt op basis van HL7 v2, maar er wordt gewerkt aan modernisering richting FHIR.
Hoe hangen deze standaarden samen?
De standaarden zijn geen concurrenten van elkaar — ze vullen elkaar aan en werken op verschillende lagen. Zie het als een gebouw:
- Laag 1: Fundament — de codestelsels (SNOMED CT, LOINC): zij zorgen dat iedereen dezelfde taal spreekt.
- Laag 2: Constructie — de opslag- en uitwisselingsstandaarden (HL7 v2, FHIR, OpenEHR, Zibs): zij regelen hoe data gebouwd en verplaatst wordt.
- Laag 3: Installaties — de Nederlandse afsprakenstelsels (MedMij, Koppeltaal, Twiin, LSP): zij regelen wie wat mag en hoe processen zijn ingericht.
- Laag 4: Gebruik — de applicaties en systemen die de burger en zorgverlener daadwerkelijk gebruiken.
| Voorbeeld: hoe werkt dit in de praktijk?
Een patiënt vraagt via zijn PGO (Persoonlijke Gezondheidsomgeving) zijn medicatieoverzicht op. MedMij regelt de toegang en authenticatie. Het ziekenhuis stuurt de data via FHIR terug. De inhoud van die data is beschreven in Zibs. De medicijnnamen zijn gecodeerd in SNOMED CT. En als dezelfde data naar een verpleeghuis gaat bij een overdracht, regelt Twiin de organisatorische kant — terwijl FHIR en Zibs ook daar de technische basis vormen. |
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Of je nu een zorginstelling bent die een nieuw EPD aanschaft, een ondernemer die een eHealth-app bouwt, of een beleidsmaker die subsidies verdeelt — standaarden zijn niet iets om aan te delegeren aan de ICT-afdeling. Ze bepalen of jouw systeem over vijf jaar nog werkt, of jij nog leverancier kunt wisselen, en of jouw innovatie aansluit op de bredere zorgketen.
Een paar praktische inzichten:
- Vraag bij elke aanschaf van software welke standaarden worden ondersteund. FHIR en Zibs zijn in Nederland de minimale eis voor nieuwe systemen.
- Controleer of een leverancier ‘open standaarden’ bedoelt, of slechts een eigen variant — er is een groot verschil.
- Benut Koppeltaal als je eHealth-interventies wilt inbedden in bestaande zorgpaden. Zonder koppeling blijft een app een eilandje.
- Houd de Europese ontwikkelingen in de gaten. De EHDS stelt FHIR verplicht voor grensoverschrijdende data-uitwisseling. Wie nu investeert in FHIR, loopt straks niet achter de feiten aan.
- Gebruik de taal van standaarden bij subsidieaanvragen. Initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan interoperabiliteit maken meer kans op financiering.
De verbinding met DHENN en Noord-Nederland
Het Digital Health Ecosysteem Noord-Nederland (DHENN) werkt aan de randvoorwaarden voor digitale zorginnovatie in de regio. Standaarden zijn daarin een fundament: zonder gedeelde afspraken kunnen zorgorganisaties, ondernemers en onderzoekers niet samenwerken aan gezamenlijke oplossingen.
Concreet zie je dit terug in initiatieven als de Digitale Voordeur, dat OpenEHR en FHIR gebruikt als basis voor burgerregie over zorgdata. En in de aansluiting op de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die open standaarden en interoperabiliteit als harde eis stelt voor digitale publieke dienstverlening — ook in de zorg.
Wie in Noord-Nederland werkt aan digitale zorginnovatie, kan dus niet om deze standaarden heen. Ze zijn geen technisch detail, maar de taal waarin samenwerking mogelijk wordt.
Bronnen en verwijzingen
Officiële bronnen per standaard
-
Twiin:
Twiin Afsprakenstelsel – Officiële site met documentatie en implementatiewijzers.
VZVZ: Twiin – Uitleg door VZVZ als partij. -
FHIR:
Nictiz FHIR Implementatiegids – NL-specifieke FHIR-richtlijnen. -
Zibs:
Nictiz: Zorginformatiebouwstenen – Ontwikkelaar en beheerder van zibs. -
MedMij:
MedMij.nl – Officiële site voor PGO’s en afsprakenstelsel. -
OpenEHR:
OpenEHR Foundation – Internationale specificaties (extern link toe te voegen).
Nictiz: Toekomst zibs & OpenEHR-context – NL-context. -
Overig (LSP, Koppeltaal, SNOMED):
VZVZ: LSP – Landelijk Schakelpunt.
Koppeltaal.nl – Officiële site.
Nictiz: Terminologie – SNOMED CT en LOINC.
Algemene stelselbronnen
-
Doelarchitectuur Informatiestelsel Zorg (DIZ) – Overzicht landelijke architectuur.
-
Data voor Gezondheid – Ministerie VWS over databeschikbaarheid.
Meer weten?
In de DHENN Kennisbank vind je verdiepingsartikelen over FHIR, OpenEHR, Koppeltaal en andere standaarden afzonderlijk. Wil je weten hoe standaarden passen bij een specifiek innovatietraject? Neem contact op via dhenn.nl.